GR 12 Olloy-sur-Viroin – Philippeville

Z0 25 juli 2018
Traject: Olloy-sur-Viroin – Philippeville 25,4 km, 555 HM ↑ – 402 HM ↓
Topogids GR 12 Bruxelles – Wallonie, 2009
Wandeltijd: 10.10 – 16.00
Weer: zonnig, heet 30°C
Stilte:  5/5

Op weg naar Roly

 

Vanmorgen koffers pakken en uitchecken uit ons sympathieke hotelletje Du Commerce in Rocroi (F). An gaat opnieuw fietsen langs de Maas en de Semois, mijn vrouwtje zal proberen te tekenen in Nismes (s/Viroin). Zelf start ik met een bang hart in Olloy-sur-Viroin, bang voor de aangekondigde hitte en voor de heetgelopen voetzolen na de lange tocht van gisteren.

Iets na tien uur sta ik op de brug over de Viroin. Even oriënteren en dan volg ik eerst een asfaltbaan tot ik aan een kamp voor jonge archeologen de karsthelling beklim. Het is nu al flink heet en dampend kom ik boven; over de col volgt een steile afdaling naar de Viroin. Overal scoutskampen langs de rivier, die ik volg onder de Haute Roche tot een groene tunnel me naar Dourbes brengt. De mis is net uit en de pastoor kijkt nieuwsgierig toe hoe ik geïnteresseerd een blik binnen werp. Dourbes is een mooi dorpje maar zo te zien zonder voorzieningen. Ik volg over enkele kilometers een klimmende asfaltbaan uit het dal van de Viroin. Bijna boven draait de GR een landbouwpad op zodat ik het volgende dorpje van bovenaf nader. Ook Fagnolle vormt een alleraardigst plaatje in dezelfde grijze natuursteen.

Dan opnieuw een lange betonbaan naar boven tot een semi-verharde weg een hogedrukleiding volgt door het bos. Op dit kilometerslange rechte stuk (scherpe kiezelstenen) concentreer ik me op de vele vlinders en probeer van boomschaduw naar boomschaduw te hoppen. Nabij het gehucht Ingremez bereik ik een volgende asfaltbaan naar boven; een mevrouw die me op het gloeiend hete asfalt naar boven ziet stappen, vraagt of ik mijn drinkbus wil vullen en noemt me ‘courageux’. Ik wimpel af en zeg in alle eerlijkheid dat ik genoeg drinkwater bij me heb.

Boven gaat het scherp linksaf een landbouwweg op, daarna bospad, daarna veldweg door uitgestrekte tarwevelden met panoramisch zicht op het dal voor me. Bij één van de eerste huizen van Roly nodigt een jonge dame me uit. Of ik een glas water wil? Tja, probeer ik hoopvol, water heb ik genoeg. Of ze… En even later breng ik bij een koel flesje bier verslag uit over mijn reis. 2 Vlaamse koppels (uit Olen) met hun kinderen brengen hier de vakantie door in hun verzorgde blokhut. Voor mij een uitgelezen kans om even op adem te komen.

Gesterkt zet ik de flaphoed weer op het verhitte hoofd en begin aan de afdaling naar Roly, opnieuw zo’n alleraardigst dorp met uitzicht over de vallei. Het enige café van het dorp, aangekondigd in de topogids, blijkt al jaren gesloten. En opnieuw volgt een lange asfaltbaan, zonder schaduw helaas, door de vallei van de Ribois. Aan de overkant omhoog over het hete asfalt tot ik weer boven de 260 m zit en dan uiteindelijk rechtsaf het bos van Sautour in. Ok, er is schaduw maar everzwijnen hebben het hele pad ondergespit zodat het bepaald moeilijk lopen is. Aan het uiteinde van het bos neem ik uitgebreid de tijd om te drinken. Vóór me ligt op een hoogte het dorpje Sautour.

Sautour blijkt 2 gezichten te hebben, ééntje beneden en één waarvoor je een oerend steile beklimming moet voor lief nemen. Deze komt uit aan de Porte du Midi, een soort van kasteelpoort die toegang geeft tot de bovenste helft van het dorp; van het kasteel dat hier ooit stond, resten enkel nog wat muren. Hoog boven het benedendorp daalt de weg nu af naar een beekdal. Achter het beekdal opnieuw een serieuze klim tot een panoramapad me min of meer op gelijke hoogte door een droogdal langs het Bois de Corroy voert. Hier wordt volop tarwe geoogst. Mijn voeten doen vreselijk pijn en ik drink een heel flesje icetea leeg in de schaduw van mijn slaphoed. Als ik opnieuw vertrek, doet een spier in de knieholte vreselijk pijn. Waarschijnlijk geforceerd bij die beklimming in Sautour. Ik mank eerst een beetje en loop wat trager zodat de pijn stilaan verdwijnt. Bij de eerste huizen van Samart heb ik er geen last meer van. Ik passeer de plaatselijke kasteelhoeve en krijg zicht op een industriepark met grote winkels aan de overkant. Toch blijkt dit nog niet het einddoel te zijn want de GR volgt een weg, later pad in noordelijker richting. Ik daal af naar een beek en klim terug naar een woonwijk. Tijd om de drinkbus leeg te maken.

Een oergezellig overgroeid paadje – was dit ooit een trambaantje? – voert me naar de eerste huizen van Philippeville. Enkele woonstraten verder passeer ik het indrukwekkende atheneum, de bushaltes voor de schoolgaande jeugd en kom uit op het grote plein van Philippeville. Puffend en blazend zet ik me op een bank in de schaduw en overschouw het plein. Horeca alom. Ik heb mijn keuze gemaakt en plant me neer op een overschaduwd terras. Schoenen uit en halve liter besteld. Dan mijn gezelschap op de hoogte gebracht en in afwachting een tweede halve liter. De hitte, het vele asfalt en de hoogtemeters hebben hun tol geëist. – Waar ik daarnet alleen op het terras zat, zit datzelfde terras nu vol en de bediening is duidelijk overvraagd.

Als we weer samen zijn en de dorst gelest is, vertrekken we samen naar Dinant voor een lekkere mezzesalade onder de kerk. Dan volgt de lange rit naar huis. Wat was me dat voor een geslaagd weekend op GR 12!!! Nog één etappe rest me: die van Philippeville naar Walcourt, daar kom ik mezelf tegen! Ik stapte immers tot nu in zuidelijke richting. Dan zal ik van Bergen-op-Zoom (Nl) naar Rocroi (F) gestapt zijn en daarbij België van noord naar zuid doorkruist hebben, los door het centrum. Enkel deze tweedaagse plus de afsluitende tocht zal ik, om praktische redenen, in noordelijke richting gewandeld zijn.

 

Mijn Track                           Mijn Foto-album

Advertenties

GR 12 Rocroi – Olloy-sur-Viroin

Za 24 juli 2018
Traject: Rocroi – Olloy-sur-Viroin, 29 km, 362 HM ↑ – 606 HM ↓
Topogids GR 12 Bruxelles – Wallonie, 2009
Wandeltijd: 09.00 – 16.20
Weer: zonnig, warm 24°C
Stilte:  5/5

Graspad in het bos

 

Fondry des Chiens in Viroinval

Op de vooravond van Quatorze Juillet trekken mijn vrouw, wandelkompaan An (Eifelsteig) en ikzelf naar Rocroi in de Franse Ardennen. We gaan snelwegen vermijden en rijden via Tienen over Eghezée en Namen naar Dinant. Het is er heerlijk rustig en we hebben het terras aan de Maas voor ons alleen. We lopen ook even de kerk binnen die zo mooi tegen de rotsen van de citadel aanligt. Dan volgen we verder de Maas tot dicht tegen de kerncentrale van Chooz in Frankrijk om dan rechtsaf te slaan, terug België binnen naar de prachtige vallei van de Viroin. In Nismes aan de Viroin houden we halt.

Op Internet hebben we een mooie wandeling van 4 km gevonden vanuit het centrum naar de Fondry des Chiens. De wandeling vertrekt door het mooie kasteelpark en klimt dan naast het kerkhof naar boven op het karstplateau. Het wandelpad is goed onderhouden en bewegwijzerd met een rood blokje. Net als we gaan twijfelen komen we bij de parking van de Fondry des Chiens. Het karstlandschap slaat ons met verbazing; we genieten van de mooie rotsformaties, de vele vlinders en de talrijke hagedissen maar houden intussen een eerbiedige afstand tot de onbeschermde afgronden. Dit wonder van de natuur moet je echt gezien hebben als je in de buurt bent. Op de korte terugweg vinden we naast het rode blokje ook het geel-rood van GR 125 (Entre Sambre et Meuse), dus wie weet, kom ik wel eens terug. De Viroinval is in elk geval een heel aantrekkelijke streek.

Terug in Nismes ontdek ik vanop de brug een schare grote forellen en daartussen, jawel een flinke snoek. We drinken nog iets op een terrasje (leuke ontmoeting met Erika van Amnesty International in een vorig leven) vooraleer we koers zetten naar de Franse grens. Er dreigt onweer. Net over de grens ligt het vestingstadje Rocroi. Dit garnizoenstadje werd stervormig gebouwd door Vauban. Vanaf de markt lopen rechte straatjes stervormig naar de indrukwekkende verdedigingswallen. Vele van de historische huizen hadden ooit een militaire functie. Het marktplein telt een overdekte markthal, een brede fontein in het midden, een bakker en enkele horecazaken; het is dé ontmoetingsplek voor de bewoners, vooral vanavond.

14 juillet- viering in Rocroi (F)

Wij zijn ingecheckt in het Hotel du Commerce (warm aanbevolen) en na het avondeten maken we een stevige wandeling rond de buitenmuren. Net op tijd is het opgehouden met regenen na een knallend onweer. Als we terugkeren, blijkt het marktplein volgestroomd met citoyens, groot en klein. De plaatselijke motorclub gaat voorop, gevolgd door de fanfare, gezeten op een aanhangwagen met tractor. Dan volgen enkele als Amerikaanse bevrijders verklede soldaten, de pompiers in vol ornaat en dan de families; de kinderen allemaal met een kleurrijke lantaarn met brandende kaars. De stoet trekt rond het hele stadje om stipt tegen 23.00 uur aan te komen op een plek buiten de wallen. Vanop de wallen wordt een prachtig vuurwerk ontstoken, heerlijk om mee te maken. Terug op onze kamer begint op het grote plein het bal populaire: loeiharde muziek tot vroeg in de ochtend, nadien nog lang het gebral en getier van de feestvarkens.

Op de Via Campaniensis naar België

Met kleine oogjes zitten we om 8 uur aan het ontbijt. De oogjes van onze jonge (Belgische) gastheer zijn zo mogelijk nog kleiner maar hij tovert in een mum van tijd een naar Franse normen rijkelijk ontbijt op tafel. Wat straffe koffie doet de rest. Om 9 uur stipt loop ik gepakt en gezakt door één van de twee toegangspoorten van Rocroi en volg de wit-rode bewegwijzering naar GR 12 aan de overkant van de snelweg. Wandelvriendin An zal vandaag op haar koersfiets de Maasvallei verkennen en mijn vrouw gaat in Rocroi tekenen en schetsen.

Na 20 minuten zit ik op de GR 12/GR 654 richting Belgische grens. Aan het eind van een woonstraat loopt de GR het bos in. Na de regenval van gisteravond is het aangenaam koel en voorlopig laten de daasvliegen me met rust. Het smalle bospad kruist de D8051, passeert een boerderij en duikt opnieuw het bos in om er pas uit te komen bij Le Bout d’en Bas, gehucht van Gué-d’Hossus. Van hier is het niet ver meer tot aan de Belgisch-Franse grens en het Naamse gehucht Moulin Manteau. Ik ben anderhalf uur onderweg.

Tijd voor een drinkpauze. Op de steigende asfaltbaan raak ik aan de praat met een vertegenwoordigster van Ecolo die per fiets pamfletten aan het bussen is. We zijn ongeveer even snel en ze is even gecharmeerd als ik van het mooie grenslandschap. Bij het laatste huis vóór ik de eindeloze grensbossen induik, ontmoet ik mijn enige wandelaar van de dag: een Nederlandse pelgrim op weg naar Reims. We hebben een aangename babbel al maakt hij een wat verwarde indruk. De man is op weg zonder kaart of kompas met enkel een gedrukt blaadje uit een Duitstalige gids; de blaadjes gooit hij weg zodra hij aan een volgend blaadje toekomt. Naar eigen zeggen is hij sinds Esneux aan de Ourthe al vaak de weg kwijtgeraakt… Hij waarschuwt me ook voor het stuk dat komt…

Kilometerslang loop ik op diverse bospaden langsheen de Franse grens. In tegenstelling tot mijn wandelingen op het Cornish Coastpath kan ik meestal mijn voeten gewoon voor me uit zetten, zonder al te grote hoogteverschillen. Tot ik ergens aan een gerooid bos kom. Eerst loop ik gewoon het gerooide bos in. Droge takken en een vennetje sturen me terug. Verderop moet ik volgens de track linksaf door de takkenwoestenij maar ik zie zelfs geen aanduiding van een pad. Wel word ik misleid door grote witrode strepen die schuins op wat boomstammen zijn aangebracht – is dit de aanduiding van een omleiding?!? Na een kilometer geklauter door de bomen (ik zit intussen terug in Frankrijk), merk ik dat ik steeds verder wegloop van de track. Ik keer op mijn stappen terug en begin aan een lastige klauterpartij door het gerooide bos. Ik mag er niet aan denken hier een voet om te slaan. De daasvliegen hebben me intussen ook ontdekt en na eindeloos geklauter bereik ik eerst de bosrand en dan … oef … het eerste witrode teken! Ik zit terug op het goeie spoor.

Wat volgt, is moeilijk te reconstrueren. Nog steeds door het woud komen me 4 avontuurlijke mountainbikers tegemoet, passeer ik enkele jachthutten en een open plek met jachtzitjes waar het krioelt van de fladderende vlinders. Op het warme pad een hazelworm. Uiteindelijk kom ik terug in de bewoonde wereld en bereik de eerste huizen van Oignies. 18 km op 4 uur gelopen.

Ik heb al lang beslist om het dorp even binnen te lopen, ook al is dat een omweg. De grijze natuurstenen huizen vormen een heel aantrekkelijk kader rond de kerk in dezelfde steen. Oignies kende ooit een bloeiende steenindustrie maar dat beroep was zo gevaarlijk dat het dorp de bijnaam village des veuves meekreeg! Het dorp heeft een kruidenier en enkele café’s; ideaal om op het terras van Café de l’Eglise een 33-er en een frisse Orval te degusteren, samen met de heerlijk verse frietjes van de allerliefste waardin. En natuurlijk gaan de Belgen straks winnen tegen de Engelsen, évidemment!

Terug op GR 12 klimt eerst een asfaltbaantje, later een kiezelweg (2x fout gelopen) naar de hoger gelegen Fagne (veengebied). Een avontuurlijke boswegel daalt dan spectaculair naar de geasfalteerde Ravel die ik in noordelijke richting volg door het dal van de Nouée. In dalende lijn gaat het nu richting Olloy. Verderop laat het GR-pad de ravelspoorbaan rechts liggen om de meanderende oever van de Nouée te volgen. Bij hoog water zal het hier niet eenvoudig zijn op sommige plekken. Het blijft wel lekker koel hier onder de bomen en dat blijft zo tot de GR weer op en naast de Ravel gaat lopen. In volle zon loop ik langs de étangs du Grenadier en puffend en zwetend bereik ik de eerste huizen van Olloy.

Op het kerkplein vind ik de auto van An (koersfiets in kofferruimte) zodat ik schoenen en sokken kan vervangen door sandalen. De GPS geeft 30 km i.p.v. de geplande 25…Dan ga ik op zoek en vind ze makkelijk op het terras van een dorpscafé. Binnen zit een vrolijke bende naar België-Engeland te kijken, flesje Jupiler aan 1 euro zolang de match duurt! Flink wat Vlamingen hier trouwens. Ik ben eigenlijk te moe om pap te zeggen zodat we na het 2de flesje koers zetten naar Rocroi, net op tijd om de Belgische ploeg de bronzen plak te zien pakken. Onze hotelbaas heeft zich uitgedost als Belgische fan en krijgt het hard te verduren van enkele Franse café-bezoekers maar de spot is provocerend bedoeld en niet kwetsend; het gaat er bijzonder amicaal aan toe. Dadelijk trekken we naar de pizzeria voor een verrassend lekkere pizza uit de houtoven. Hach fijn, nog een nachtje in dat heerlijke bed 🙂 Later dan 22.30 wordt het niet.

Foto’s volgen

 

Mijn Track                       Mijn album

GR 12 Ham-sur-Heure – Walcourt

Do 5 juli 2018
Traject: Hameau – Walcourt 14,5 km
Topogids GR 12 Bruxelles – Wallonie, 2009
Wandeltijd: 9.30 – 12.15
Weer: zonnig, zwoel, 27°C
Stilte:  5/5

IMG_9052

Zicht op Walcourt

Mooi weer, kans op onweer in het zuiden. Ik ben er vroeg bij vandaag. Om half tien sta ik in het stationnetje van Ham-sur-Heure (Hameau), waar ik met de trein geraakt ben via Aarschot, Brussel-Zuid en Charleroi-Zuid. Lees verder

SWCP Mullion Cove to Lizard Point

Stage – Mullion Cove to Lizard Point via Kynance Cove
Afstand: 12,5 km –  (↑  447 HM & ↓ 419 vlgs Basecamp – ↑ 397 m vlgs Southwestcoastpath.org ) – gemakkelijk
Wandeltijd: / (swimming at Kynance Cove)
Weer: zonnig, warm, 27°C, bries uit het oosten
Stilte: 5/5
Website South West Coast Path
Team: Georges, Guido, Liliane

Over de voorbereiding en het verloop van onze wandelvakantie in Cornwall, nuttige tips enz. lees je hier.

Onze laatste wandeldag – morgen rijden we naar Weston-super-Mare in Somerset – wordt allicht een topper. Auto 1 wordt geparkeerd aan Lizard Point (£ 4) en auto 2 bijna gratis nabij Mullion Cove. Het is nog stil in het kleine haventje. Een groepje jongeren krijgt instructies voor een kanotocht op zee; we zullen ze later van boven zien ronddobberen. Zelf drinken we een (bedenkelijke) koffie in de tearoom bij de bootjes – heel vriendelijke bediening trouwens.

De dag begint zoals gewoonlijk met een steile klim tot boven op de klippen. Fantastisch uitzicht op het haventje van hierboven. Opnieuw schitterend zomerweer met vandaag gelukkig meer wind dan gisteren. In tegenstelling tot gisteren zijn de klippen opnieuw flink hoger. We passeren Parc Bean Cove en lopen over hoog gelegen grasland naar de kloof van Gew Graze waar we picknicken. Een steile klim brengt ons opnieuw naar boven waar we nu een fantastisch zicht krijgen op de rotsen van Kynance Cove. De oh’s en de ah’s zijn niet uit de lucht en ik verheug me op het weerzien met mijn vrouw die we vanmorgen op de parking aldaar gedropt hebben.

Over een brede weide, bijna een alm, dalen we af naar de stranden van Kynance Cove. Aan de weerkaatsing van de zon op de vele auto’s boven te zien, zullen we niet alleen zijn. Het is gelukkig laag tij en wanneer we met onze wandelstokken en -schoenen door het mulle zand langs de badgasten trekken, lijken we toch wel een beetje out-of-place. Mijn vrouw is nergens te bespeuren op de zandstroken tussen de rotsen, dus terug naar het Café en jawel, daarboven ligt ze op één van de ligstoelen met zicht op zee.

In het café bestellen we wat lekkers (voor mij een overmaatse cornish pasty en een biertje) en dan trekken we het strand op voor een flinke zwempartij. Het landschap en het weer mogen dan zuiders aandoen, het is toch even naar adem happen in het koude water. Maar alles went en vanuit de zee zijn de rotsformaties dubbel mooi. Dan zeggen we gedag tegen mijn vrouw – we pikken haar straks boven aan de parking op – en klimmen opnieuw tot boven op de klippen. Diep onder ons ligt nog het moeilijk toegankelijke Pentreath beach maar sneller dan verwacht bereiken we Lizard Point, het zuidelijkste stukje Engeland. Met elke stap ben ik me ervan bewust dat deze prachtige wandelvakantie haar einde nadert. Ik zuig de zeelucht tot in de diepste vezels van mijn lijf en geniet heel bewust van het uitzicht over de blauwe oceaan. We ronden de kaap en  dalen en klimmen voorbij het Polpeor Café (veel toeristen hier) naar het Lizard Lighthouse en jeugdherberg. Dan verlaten we definitief het pad, met spijt in het hart, en trekken richting parking.

Aan Kynance Cove pikken we mijn vrouw op en dan gaat het voor de laatste keer terug naar Marazion, onze uitvalsbasis. Vanavond gaan we nog eens lekker uit eten in de Cutty Sark (Marazion Hotel) waar we een tafel gereserveerd hebben; het is Friday night, weet je. Vreemd, in die hele week ben ik er niet toe gekomen bij ebbe het pad naar St Michael’s Mount over te steken. Ach ja, sommige dingen zijn het mooist vanop afstand. Zou het morgen druk zijn op de A30?

 

Mijn Track                                                    Mijn Album

SWCP From Porthleven to Mullion Cove

Stage – Porthleven to Mullion Cove via Loe Lake
Afstand: 20,8 km –  (↑  484 HM & ↓ 451 vlgs Basecamp – ↑ 338 m vlgs Southwestcoastpath.org ) – gemakkelijk
Wandeltijd: ongeveer 5 u 48
Weer: zonnig, warm, 27°C, licht briesje uit het oosten
Stilte: 5/5
Website South West Coast Path
Team: Georges, Guido, Liliane

Over de voorbereiding en het verloop van onze wandelvakantie in Cornwall, nuttige tips enz. lees je hier.

De aandachtige lezer heeft dat goed gezien: we hebben de etappes Porthcurno-Lamorna-Marazion-Porthleven overgeslagen – een mens moet selecteren en we hebben veel goeds gelezen over de 2 volgende etappes.

De zon staat ’s morgens al hoog aan de hemel, het wordt opnieuw een hete dag vandaag. Tot Mullion Cove is het een einde rijden. We vinden achter de betalende parking een parking die bij het theehuis beneden in het haventje hoort – je mag er parkeren tegen een vrijwillige bijdrage, voor ons een gelegenheid om onze losse nikkel kwijt te raken. Van hieruit rijden we terug, opnieuw langs de militaire vliegbasis naar Helston en vervolgens naar het vissersdorpje Porthleven (betaalparking).

Porthleven is bekend vanwege de spectaculaire stormfoto’s waarbij de zee over de kaaimuren tegen de kerk aanzwiepte en zelfs de boten achter de muren tot puin herleidde. Vandaag is alles rustig en het kleurrijke vissershaventje ademt zuiderse sfeer uit. Op het terras van de Harbour Inn drinken we gezellig een koffie. Mijn vrouw zal hier vandaag een mooie vakantiedag beleven. Met z’n drieën trekken we langs het kerkje en laten langs enkele mooie cottages het dorpje achter ons. Ver op zee liggen enkele grote zeeschepen voor anker. Onder een stralende zon volgen we het kustpad halverwege de lage klippen. Dan verspert een omleidingsbord de weg wegens instortingsgevaar verderop.

We volgen een mooi pad dat door veeweides diep het binnenland inloopt. Af en toe stellen kartonnen omleidingsbordjes ons gerust. Bij een boerderij beginnen we aan de afdaling die ons door een heus bos loodst, het eerste bos dat we hier tegenkomen. Beneden aan een kruispunt ontbreekt signalisatie. Een ouder koppel dat hier naar eigen zeggen woont, stuurt ons de verkeerde kant op, van Loe Bar (ons doel) weg, helemaal rond het Loe Lake met zijn vele vingers. We lopen grotendeels onder de bomen langs alle vingers van het uitgestrekte zoetwatermeer en hoewel die tocht best mooi te noemen is, maakt onrust zich van mij meester: de kilometers blijven aantikken en we komen geen stap dichter bij ons eindpunt, integendeel.

Uiteindelijk komt de zandplaat die Loe Bar is (het meer mondt ondergronds uit in zee) in zicht maar zelfs dan duurt het nog 2 km voor we ze bereiken. 10 km zijn we omgelopen, tijd voor de picknick, bevrijd van de daasvliegen die ons in het bos het leven zuur maakten. Als we na het eten de zandige duin beklimmen, passeren we een monument voor omgekomen zeelui. Hogerop opnieuw een omleidingsbordje en weer worden we het binnenland ingestuurd, wellicht opnieuw te ver. We komen uit bij een hete asfaltbaan die ons naar het gehuchtje Halzephron voert. In de gelijknamige Inn vinden we koelte en iets fris om te drinken. De joviale waard vertelt dat er ’s morgens nog dolfijnen in de baai beneden speelden.

Verderop op de heuveltop ontmoeten we terug het originele kustpad dat ons verderop naar Gunwalloe brengt met zijn verdoken duinenkerkje en zijn zwemstrand. Na elk strand dient er weer geklommen naar het volgende: van Dollar Cove naar Poldhu Cove met onderweg het monument voor Marconi. Poldhu heeft ook een beach café en is met de auto bereikbaar. De volgende heuvel brengt ons naar Polurrian Cove en dan is het niet meer ver tot het Mullion Cove Hotel boven op de klip. Aan een oud kanon moeten we even zoeken tot we het steile pad naar Mullion Cove gevonden hebben. Het vissershaventje ligt weer als een zuiderzeeplaatje tussen de hoge rotsformaties in zee.

Een warme thee kan ons niet echt bekoren. We lopen het heuvelpad op naar de parking en rijden meteen naar Porthleven waar je na 4 uur op de parking niet meer dient te betalen. Boven de parking leidt een bord ons naar de plaatselijke Fish & Chips shop waar de verse en ruime portie cod & chips fantastisch smaakt. Tenslotte nog even wat lekkers in de Harbour Inn waar we een punt zetten achter weer een fijne wandeldag. Gelukkig hadden we de auto niet in Lizard Point gezet en de etappe opgedeeld: die niet geplande 20 km zijn toch in onze benen gekropen.

Mijn Track                            Mijn Album

 

SWCP Sennen Cove – Porthcurno via Land’s End

Stage – Sennen Cove to Porthcurno via Land’s End
Afstand: 11 km –  (↑  422 HM & ↓ 424 vlgs Basecamp – ↑ 470 m vlgs Southwestcoastpath.org ) – gemakkelijk
Wandeltijd: ongeveer 4 uur
Weer: zonnig, warm, 25°C, stevige bries uit het oosten
Stilte: 5/5
Website South West Coast Path
Team: Georges, Guido, Liliane

Over de voorbereiding en het verloop van onze wandelvakantie in Cornwall, nuttige tips enz. lees je hier.

Gisteren was het heerlijk wandelen en zo is ook L. weer van de partij. Mijn vrouw zal zich vandaag in Minnack Theatre amuseren – ze tekent graag  – en op het strand van Porthcurno op ons wachten. De zon schijnt volop, geen wolkje aan de blauwe lucht en een flinke bries om de temperatuur draaglijk te maken: ideaal wandelweertje! We starten met een koffie aan de baai van Sennen Cove. Auto 1 hebben we tevoren gratis geparkeerd op de parking van het Minnack Theatre (de parking van Porthcurno beneden is betalend). Voor auto 2 hebben we opnieuw £4 betaald (in coins aan de automaat).

Na de koffie verlaten we Sennen Cove via enkele mooie cottages en het Round House. Eens boven op de steilkust krijgen we weer een prachtig uitzicht over zee en naderen vrij snel de klippen van Land’s End. Land’s End is een toeristische trekpleister waar mensen van over de hele wereld met reisbussen naartoe gekard worden; je vindt er dan ook alle faciliteiten, alle mogelijke winkeltjes maar je bent niet verplicht die te bezoeken. Het pad loopt er voorlangs, dicht tegen de klippen. Eigenlijk zijn er door de bezoekersaantallen te veel paden om uit te kiezen maar je zit goed als je dicht bij de kustrand blijft. Op de uitstekende rotspunten hebben zeevogels een toevlucht gezocht.

We draaien met de zee mee en lopen pal oostelijk, de zon en de stevige wind in het gezicht. Niet ideaal voor foto’s maar o zo mooi die afgronden, die rotspartijen, de lage planten en struiken die in dit ruwe klimaat weten te overleven. Ook het zicht naar het barre binnenland is overweldigend. Dit moet onze allermooiste tocht zijn, terwijl het wandelen zelf een makkie is. In de mooie baai van Nanjizal spot ik opnieuw een zeehond in het water. Uit de wind en vlak voor de steile beklimming vinden we een goeie picknickplek. We zijn niet alleen onderweg vandaag al zal het aantal wandelaars flink afnemen naarmate we verder weglopen van Land’s End.

Nadat we de steile kaap beklommen hebben, valt opnieuw op hoe groen de lage struiken afsteken tegen het blauw van de zee. De rotskust is enorm grillig door de oerkrachten van het water. We komen nu gauw bij Porth Loe and het coastguard watchhouse dat we al van ver hadden zien staan. Binnen is een kleine tentoonstelling gewijd aan de plaatselijke zeezoogdieren en de opnames van het kostuumdrama Poldark dat o.a. hier gedraaid werd. Een smal paadje leidt ons van de klip steil naar beneden waar het strand van Porthgwarra op ons wacht (met tearoom). Enkele badgasten genieten van de branding en we verkennen de holle rotsdoorgangen aan het strand.

Van Porthgwarra gaat het opnieuw steil omhoog tot boven het schitterende zuiderzeestrand van Porth Chapel. We blijven hoog boven dit magnifieke zandstrand en beklimmen een laatste klip naar de ingang van het Minack Theatre. Vanaf de ingang heb je ook weer een prachtig zicht over Porthcurno Cove diep beneden. Op de parking wacht mijn vrouw en samen rijden we naar de betaalparking van Porthcurno. Eerst een verfrissing in een plaatselijk Café en dan gaan we op verkenning naar het strand. De branding is woest en het water ijskoud, toch maar niet gaan zwemmen. Dat zal iets voor later zijn. Na een uurtje genieten op het strand gaan we auto 2 ophalen in Sennen Cove en vertrekken naar onze thuisbasis Marazion.

Besluit: niet zo’n moeilijke wandeling met adembenemende uitzichten vanaf de granieten rotskust. Qua klippengevoel misschien wel de mooiste tocht van allemaal, mede dank zij de zon, de wind en de zee.

Mijn Track                               Mijn Album

SWCP Pendeen Watch – Sennen Cove

Stage 22 Pendeen Lighthouse – Sennen Cove
Afstand: 15 km –  (↑  492 HM & ↓ 545 vlgs Basecamp – ↑ 513 m vlgs Southwestcoastpath.org ) – matig
Mijn album op Flickr
Wandeltijd: ongeveer 4 uur
Weer: wisselend bewolkt, warm, 22-25°C, bries uit het oosten
Stilte: 5/5
Website South West Coast Path
Team: Georges, Guido

IMG_8768

Crowns Tin Mine

Over de voorbereiding en het verloop van onze wandelvakantie in Cornwall, nuttige tips enz. lees je hier. Lees verder